U bent hier:

Regelgeving in Vlaanderen

Kinderen en jongeren met speciale onderwijsbehoeften kunnen op de eerste plaats beroep doen op het regulier onderwijs, zo stelt het VN-Verdrag. Vanuit deze rechtsbenadering wordt ook in Vlaanderen aan inclusief onderwijs gewerkt. Als koploper in buitengewoon onderwijs (5,5% van de leerlingen) zet de Vlaamse overheid nu in op maatregelen om inclusief onderwijs te bevorderen. Alle maatregelen die bijdragen tot een betere doorstroom van een diverse leerlingenpopulatie in het regulier onderwijs dragen hiertoe bij. Momenteel gelden alvast volgende wettelijke kaders:

Gelijkekansendecreet (2008)

Gelijke onderwijskansen (2002)

Schema Redelijke aanpassingen Ipass en ICG

Het M-decreet (2014)

Op 12 maart 2014 werd in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement het 'Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften' aangenomen. Het decreet kreeg in onderwijskringen de naam M-decreet.

Redelijke aanpassingen

Het M-decreet installeert principes uit het VN-Verdrag voor de rechten van personen met een handicap, art. 24. Het recht op inclusief onderwijs wordt vanaf nu omschreven als het recht op 'redelijke aanpassingen' in de context van het regulier onderwijs. Scholen zullen daartoe niet alleen brede basiszorg inzetten in een krachtige leeromgeving met differentiërende maatregelen, maar ook compenserende, remediërende en dispenserende maatregelen voorzien waar nodig. 

Disproportionaliteit 

Wanneer de gevraagde aanpassingen niet in verhouding staan tot de huidige mogelijkheden van de school, kunnen scholen disproportionaliteit inroepen. Maar eerst moeten alle mogelijke maatregelen breed worden onderzocht. Bovendien worden scholen geacht naar steeds meer maatregelen te evolueren, zodat disproportionaliteit niet bijvend hoeft te worden ingeroepen. 

Buitengewoon onderwijs 

Het M-decreet herdefinieert ook het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen. Voorgaand onderzoek had immers aangetoond dat de instroom in de verschillende types van buitengewoon onderwijs niet meer overeenstemde met de doelstellingen (Lebeer, Struyf & Wilssens, 2008, Praktijktest in het kader van Leerzorg). Maar de belangrijkste reden is de onstuitbare groei van het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen (European Commision, 2013).

Het huidige type 1 en type 8 onderwijs verdwijnen. Maar nieuw zijn het type 9 onderwijs voor jongeren met autismespectrumstoornissen en het zgn. Basisaanbod. Inschrijving in het buitengewoon onderwijs vereist echter een inschrijvingsverslag dat niet alleen nagaat of de leerling nood heeft aan een bepaald aanbod, maar ook of de gewone school alle mogelijke maatregelen vooraf heeft onderzocht en/of ingezet.

GON-begeleiding 

Het M-decreet behoudt het Geïntegreerd onderwijs (GON) als externe ondersteuning voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Om beroep te doen op bijkomende ondersteuning vanuit een GON-team, is een gemotiveerd verslag, opgesteld door het CLB, voldoende. Het M-decreet spreekt echter nergens over 'inclusief onderwijs'. Voorlopig biedt het geïntegreerd onderwijs dan ook het enige kader voor bijkomende ondersteuning.

Een recent OBPWO-rapport wijst op de knelpunten van GON en ION-begeleiding en adviseert een meer coherent systeem van ondersteuning in het kader van inclusief onderwijs  (Petry, Ghesquière, Jansen & Vanhelmont, 2013, GON en ION anno 2012).  

Gemeenschappelijk curriculum   

Een belangrijk aandachtspunt is het gemeenschappelijk curriculum. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften hebben recht op redelijke aanpassingen en ev. GON-begeleiding, maar voorlopig geldt dit enkel voor wie aansluit bij het gemeenschappelijk curriculum. Aansluiting kan echter niet voorspeld worden o.b.v. leerlingkenmerken alleen. Net de inzet van redelijke aanpassingen en GON- of ION-begeleiding kan participatie aan het gemeenschappelijk curriculum bevorderen. Deze maatregel streeft ernaar om hoge verwachtingen te koesteren voor leerlingen met leer- of gedragsproblemen of een beperking: alle kinderen kunnen leren, en het gemeenschappelijk curriculum is daarbij het uitgangspunt.

Individueel aangepast curriculum

Voor sommige leerlingen leiden op een bepaald moment meerdere dispenserende maatregelen tot de vraag naar een individueel aangepast curriculum. Dit kan worden ingevoerd wanneer de inzet van redelijke aanpassingen disproportioneel wordt bevonden en wanneer de studievoortgang van leerlingen ondanks de redelijke aanpassingen op meerdere terreinen nog onvoldoende blijkt. Participatie aan het reguliere onderwijs én het gewone klasprogramma wordt dan behouden mits nieuwe afspraken omtrent inhoudelijke aanpassingen aan het aanbod. Doelen en aanpak kunnen hierbij verschillen van de klasdoelen en de omvang, het tempo en de complexiteit van het aanbod.  

Het M-decreet geldt zowel voor het basis- als het secundair onderwijs en treedt in werking vanaf het schooljaar 2015-2016.

http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2013-2014/g2290-7.pdf

Zie ook Annelies D'Espallier en Gauthier de Béco, KU Leuven Institute for Human Rights and critical studies omtrent het juridisch kader van het VN-verdrag voor het Vlaams onderwijs.